Levensbeelden van de heiligen en zaligen


Z. Jakob Kern (20 Oktober)

Franz Kern werd op 16 April 1897 te Wenen geboren. Voor zijn geboorte had zijn moeder in het Mariaheiligdom “Heil der Kranken” voor haar zoon de genade van een priesterroeping afgesmeekt. Op zijn elfde levensjaar werd hij opgenomen in het kleinseminarie te Hollabrunn. Veertien jaar geworden, legde hij de gelofte van eeuwige zuiverheid af. Bij het uitbreken van de wereldoorlog in 1914 werd hij onder de wapens geroepen. Op 1 januari 1916, tijdens het veertig-uren-gebed, had hij om de genade gevraagd, veel te mogen lijden voor Jezus Christus. Luitenant benoemd in het keizerlijke leger, werd hij naar het Italiaanse front gestuurd. Zijn gebedsleven lokte de spot uit van zijn kameraden. Franz Kern was overal het voorwerp van spot of van bewondering.
Op zekere dag werden vrijwilligers gevraagd voor een gevaarlijke opdracht. Franz bood zich aan, knielde neer en bad. De soldaten lachten. Hij stelde voor, dat een of andere hem zouden vergezellen. Vier sloten zich aan bij de moedige luitenant - en vroegen hem samen met hen te bidden. Iedereen was ontroerd.
In september 1916 werd hij door een kogel in de longen getroffen - een wonde die nooit meer zou genezen. Ontslagen uit de legerdienst trad hij binnen in het seminarie van Wenen.
In 1919 werd de Kerk in Bohemen geschokt door een ergerlijk gebeuren. Een deel van de katholieken scheurde zich af van Rome en ze stichtten een nationale kerk. Een kanunnik van Strahov, doctor in de filosofie, verloochende zijn geloof en werd een van de leidende figuren van de Tsjechische kerk. Hij kwam zelfs naar Wenen, om het schisma te propageren. Franz was diep getroffen en besloot, zich als zoenoffer aan te bieden voor deze ontrouw. Hij sprak er over met zijn geestelijke leider en nam zich voor, in te treden in de Orde, waaruit de droeve man was uitgetreden. Een kennis sprak hem over de abdij van Geras en hij ging zich aanbieden. Op 18 oktober 1920 ontving hij het witte habijt van de heilige Norbertus en de naam Jakob (Jakob Lacops, de martelaar van Gorcum). Beproefd door het militaire leven en gelouterd door het lijden, nam hij het kloosterleven au sérieux. Zijn vroomheid werd in de abdij niet door iedereen begrepen en op prijs gesteld. Jakob was een blijde en liefdevolle novice. In 1921 legde hij zijn tijdelijke geloften af. Toen schreef zijn abt Greisl: “Toegewijd aan het Heilige Hart, is hij vervuld door de gedachte van eerherstel”. Dank zij een indult van de Heilige Stoel kon hij reeds in 1922 priester gewijd worden. Zijn levensverlangen was vervuld. “De dag van Palmzondag zal gevolgd worden door de Passie”, schreef hij na zijn wijding. Wegens zijn wankele gezondheid, beperkte zijn apostolaat zich tot de abdij en de naburige parochies. Wat hij preekte, kwam uit het hart.
In 1923 kreeg hij twee bloedspuwingen na elkaar. Onder plaatselijke verdoving werden drie ribben weggenomen. Daarna bracht hij enkele maanden door te Merano, om te herstellen. Het was een verlichting, geen verbetering. Terug te Geras moest hij kalm aan doen. Zijn laatste preek, op het jubileum van de bisschop had als titel “Man van de Kerk, trouw aan de bisschop.” Hij kwam opnieuw in het ziekenhuis. Daar weigerde hij alle pijnstillende middelen en leed zeer veel. In zijn etterende wonde herkende hij de wonde van het Tsjechische schisma. Op 20 oktober, de dag die gedacht was voor zijn plechtige professie, moest hij geopereerd worden. Toen zei hij: “Morgen zal ik de Moeder Gods gezien hebben en mijn engelbewaarder.” Hij vroeg, zijn wit habijt klaar te leggen en alles voor te bereiden voor de heilige Communie. “De laatste communie moet zoals de eerste uitzonderlijk feestelijk zijn.” Hij overleed op 20 oktober 1924, tegen de middag, gedurende het luiden van de Angelus. Hij was 27 jaar.
De gelovigen vergaten de “goede heer Jakob” niet en kwamen bidden op zijn graf, om zijn voorspraak in te roepen. Jakob Kern werd op 21 juni 1998 door Paus Johannes Paulus II op de Heldenplatz te Wenen zalig verklaard. Op deze plechtigheid, door 100 premonstratenzers bijgewoond, spoorde de Paus de gelovigen aan, deze “held van de Kerk” na te volgen. Hij riep de priesters op, om trouw te zijn aan hun roeping. Voor informaties tot het canonisatie-proces Causae van de orde.

God, door Uw genade heeft de zalige Jakob Kern door de loutering van het lijden heen de diepe zin van zijn priesterlijke roeping beleefd. Help ons op zijn voorspraak, ons lijden op te dragen voor het heil van anderen en ons leven te verenigen met het offer van Christus, Uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.