
Franz Kern werd op 16 April 1897 te Wenen geboren. Voor zijn geboorte had
zijn moeder in het Mariaheiligdom “Heil der Kranken” voor haar zoon
de genade van een priesterroeping afgesmeekt. Op zijn elfde levensjaar werd
hij opgenomen in het kleinseminarie te Hollabrunn. Veertien jaar geworden, legde
hij de gelofte van eeuwige zuiverheid af. Bij het uitbreken van de wereldoorlog
in 1914 werd hij onder de wapens geroepen. Op 1 januari 1916, tijdens het veertig-uren-gebed,
had hij om de genade gevraagd, veel te mogen lijden voor Jezus Christus. Luitenant
benoemd in het keizerlijke leger, werd hij naar het Italiaanse front gestuurd.
Zijn gebedsleven lokte de spot uit van zijn kameraden. Franz Kern was overal
het voorwerp van spot of van bewondering.
Op zekere dag werden vrijwilligers gevraagd voor een gevaarlijke opdracht. Franz
bood zich aan, knielde neer en bad. De soldaten lachten. Hij stelde voor, dat
een of andere hem zouden vergezellen. Vier sloten zich aan bij de moedige luitenant
- en vroegen hem samen met hen te bidden. Iedereen was ontroerd.
In september 1916 werd hij door een kogel in de longen getroffen - een wonde
die nooit meer zou genezen. Ontslagen uit de legerdienst trad hij binnen in
het seminarie van Wenen.
In 1919 werd de Kerk in Bohemen geschokt door een ergerlijk gebeuren. Een deel
van de katholieken scheurde zich af van Rome en ze stichtten een nationale kerk.
Een kanunnik van Strahov, doctor in de filosofie, verloochende zijn geloof en
werd een van de leidende figuren van de Tsjechische kerk. Hij kwam zelfs naar
Wenen, om het schisma te propageren. Franz was diep getroffen en besloot, zich
als zoenoffer aan te bieden voor deze ontrouw. Hij sprak er over met zijn geestelijke
leider en nam zich voor, in te treden in de Orde, waaruit de droeve man was
uitgetreden. Een kennis sprak hem over de abdij van Geras en hij ging zich aanbieden.
Op 18 oktober 1920 ontving hij het witte habijt van de heilige Norbertus en
de naam Jakob (Jakob Lacops, de martelaar van Gorcum). Beproefd door het militaire
leven en gelouterd door het lijden, nam hij het kloosterleven au sérieux.
Zijn vroomheid werd in de abdij niet door iedereen begrepen en op prijs gesteld.
Jakob was een blijde en liefdevolle novice. In 1921 legde hij zijn tijdelijke
geloften af. Toen schreef zijn abt Greisl: “Toegewijd aan het Heilige
Hart, is hij vervuld door de gedachte van eerherstel”. Dank zij een indult
van de Heilige Stoel kon hij reeds in 1922 priester gewijd worden. Zijn levensverlangen
was vervuld. “De dag van Palmzondag zal gevolgd worden door de Passie”,
schreef hij na zijn wijding. Wegens zijn wankele gezondheid, beperkte zijn apostolaat
zich tot de abdij en de naburige parochies. Wat hij preekte, kwam uit het hart.
In 1923 kreeg hij twee bloedspuwingen na elkaar. Onder plaatselijke verdoving
werden drie ribben weggenomen. Daarna bracht hij enkele maanden door te Merano,
om te herstellen. Het was een verlichting, geen verbetering. Terug te Geras
moest hij kalm aan doen. Zijn laatste preek, op het jubileum van de bisschop
had als titel “Man van de Kerk, trouw aan de bisschop.” Hij kwam
opnieuw in het ziekenhuis. Daar weigerde hij alle pijnstillende middelen en
leed zeer veel. In zijn etterende wonde herkende hij de wonde van het Tsjechische
schisma. Op 20 oktober, de dag die gedacht was voor zijn plechtige professie,
moest hij geopereerd worden. Toen zei hij: “Morgen zal ik de Moeder Gods
gezien hebben en mijn engelbewaarder.” Hij vroeg, zijn wit habijt klaar
te leggen en alles voor te bereiden voor de heilige Communie. “De laatste
communie moet zoals de eerste uitzonderlijk feestelijk zijn.” Hij overleed
op 20 oktober 1924, tegen de middag, gedurende het luiden van de Angelus. Hij
was 27 jaar.
De gelovigen vergaten de “goede heer Jakob” niet en kwamen bidden
op zijn graf, om zijn voorspraak in te roepen. Jakob Kern werd op 21 juni 1998
door Paus Johannes Paulus II op de Heldenplatz te Wenen zalig verklaard. Op
deze plechtigheid, door 100 premonstratenzers bijgewoond, spoorde de Paus de
gelovigen aan, deze “held van de Kerk” na te volgen. Hij riep de
priesters op, om trouw te zijn aan hun roeping. Voor informaties tot het canonisatie-proces
Causae van de orde.