Levensbeelden van de heiligen en zaligen


Z. Hugo (10 Februari)

Hugo, geboren te Fosses-la-ville op het einde van de XIe eeuw, was eerst kleriker aan de collegiale kerk van zijn geboortestad, vervolgens kapelaan van bisschop Burchard van Kamerijk. In het gezelschap van zijn bisschop ontmoette hij op 26 maart 1119 te Valenciennes Sint-Norbertus. Getroffen door de apostolische levenswijze van de wandelende prediker, besloot Hugo zich bij hem aan te sluiten, en werd zijn eerste volgeling. Toen Norbertus op het Concilie van Reims door de Paus onder de hoede van de bisschop van Laon werd gesteld, vervoegde Hugo zich opnieuw Burchardus, de bisschop van Kamerijk. Na de stichting van Prémontré, twee jaar later, keerde hij in 1121 terug. Norbertus stelde Hugo aan tot prior van de jonge gemeenschap. Nadat de ordestichter in 1126 aartsbisschop was geworden van Maagdenburg, kozen de medebroeders op aanwijzing van Norbertus Hugo tot hun eerste abt. Hij bouwde de abdijkerk en trok de conventgebouwen op. Om de eenheid tussen de verscheidene stichtingen van Norbertus te verzekeren, riep hij de oversten van alle huizen samen op een colloquium, dat na dien de vorm van generaal kapittel aannam. Samen met hen stelde hij de eerste Statuten van de Orde op en formuleerde eveneens de liturgische voorschriften. Dank zij de inspanningen van Hugo van Fosses beschikte de Orde over een struktuur, die haar in staat stelde de eeuwen te trotseren.
Zacht en deemoedig van hart maar tegelijk taai en vasthoudend, stond Hugo in dienst van zijn medebroeders. Gedurende 38 jaar was hij de vader van de communiteit van Prémontré en de waarborg van de eenheid in de Orde. Hij overleed op 10 februari 1164 en werd begraven in de abdijkerk vóór het altaar van de heilige Andreas. In 1279 liet abt-generaal Aegidius van Biervliet zijn lichaam overbrengen in een graf vóór het hoogaltaar. Abt-generaal Lescellier zorgde in 1660 voor een nog meer voorname tombe boven het graf van Hugo.
Na de opheffing van Prémontré tijdens de Franse Revolutie bracht men zijn reliquieën over naar de kerk van Bassoles. Gedurende de oorlog van 1914-1918 werden ze bewaard in de kathedraal van Laon en vervolgens in de sacristie van de kerk van Brancourt. Deze kerk werd fel beschadigd door de bombardementen, en de bisschop van Soissons trok de aandacht van prior Franken van Bois-Seigneur-Isaac op de relieken van Hugo. In 1922 bracht hij deze plechtig over naar de abdij van Bois-Seigneur-Isaac, waar ze nu berusten in een kapel ter zijner eer ingericht. Paus Pius XI keurde de cultus van de zalige Hugo goed op 13 juli 1927.

Eeuwige Vader, altijd weer roept Gij mensen die anderen voorgaan en bezielen. Vandaag danken wij U voor de zalige Hugo van Fosses. En wij bidden U, dat wij elkaar in één gemeenschap mogen sterken en bemoedigen in geloof, gebed en arbeid. Laat ons zo voor het volk Gods onderweg een steun zijn en een hulp. Door Jezus Christus, Uw Zoon, die met u leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.