Levensbeelden van de heiligen en zaligen


H. Adrianus en Jacobus (9 Juli)





Op 9 juli 1572 werden te Gorcum 19 priesters en kloosterlingen omwille van hun trouw aan het katholiek geloof door de calvinisten opgehangen. Onder hen twee zonen van de heilige Norbertus. Adrianus Jansen, geboren in 1529, genoemd Becanus naar zijn geboorteplaats Hilvarenbeek, trad op 15-jarige leeftijd binnen in de premonstratenzerabdij van Middelburg. Deze degelijke en ernstige kloosterling werd eerst novicemeester, in 1560 pastoor te Agterkerke en in 1572 pastoor te Monster, een parochie waar meerdere calvinisten waren gevestigd. Moedig en trouw vervulde hij zijn taak, hij onderwees zijn parochianen en verdedigde het katholiek Geloof.
Jacobus Lacops geboren te Oudenaarde in 1542, werd, zoals zijn broer, kloosterling te Middelburg. Het was een intelligente jonge man, een charmeur, wien het succes het hoofd op hol bracht. Zijn geestelijk leven leed er onder. Toen de beeldenstormers in 1566 in de abdij binnenvielen, hij was toen 24 jaar, verloochende hij met twee anderen het Geloof. Zijn vader en zijn broer norbertijn konden hem tot bezinning brengen. Getroffen door de genade, keerde hij terug naar de abdij en werd er liefdevol opgenomen. In de kapittelzaal vroeg hij nederig vergiffenis voor zijn fouten. Hij had een pamflet geschreven tegen de heilige Kerk en was ook predikant geworden. Hij werd naar de abdij Mariënweerd gezonden om er een boetetijd door te brengen. Vijf jaar na zijn terugkeer benoemde de abt hem tot vicaris te Monster, bij zijn broer pastoor, en ook hun vader verbleef op de pastorie. Na het overlijden van zijn broer in 1572 heeft hij nog drie maanden Adrianus Jansen tot pastoor gehad.
In Juli 1572 vielen de watergeuzen de pastorie binnen en namen de pastoor en zijn vicaris in hechtenis. Ze werden samen met 17 andere priesters en kloosterlingen gevangen gehouden. Ze werden uitgescholden en geslagen, en tussen het gejoel van het volk naar de gevangenis geleid. Onderweg hadden de geuzen nog aan vissers voorgesteld, om hun gijzelaars vrij te kopen voor een ton bier, maar zoveel hadden die voor hun priesters niet over. Onderworpen aan scherpe verhoren, verdedigden ze het dogma van de Eucharistie en het gezag van de Paus. Alhoewel Adrianus meer bevoegd was in het weerleggen van de ketterse beweringen, voerde vooral Jacobus het woord, omdat hij handiger was in het spreken. Op 9 juli 1572 werden ze alle 19 opgehangen en ontvingen de kroon der martelaren. Adrianus was 43 jaar en Jacobus 30. Paus Clemens X heeft ze zalig verklaard op 24 november 1675 en Pius IX heeft ze gecanoniseerd op 29 juni 1867.

God, onze Vader, de heilige martelaren van Gorcum Adrianus en Jacobus en hun gezellen, hebben in hun liefde voor U en voor Uw Zoon volhard ten einde toe. Laat hun voorbeeld ons inspireren. Door onze Heer Jezus Christus, Uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.