
Siardus stamt uit een adellijke Friese familie en studeerde in de abdijschool
van Mariëngaarde, waar de heilige Fredericus abt was. Daar vroeg hij in
1175 om het witte habijt van de heilige Norbertus. Na twintig jaar kloosterleven
werd hij in 1194 tot abt gekozen. Niets in zijn levenswijze onderscheidde hem
van zijn medebroeders. Hij droeg hetzelfde habijt, at aan dezelfde tafel en
deelde met hen dezelfde woning. Doordrongen van een buitengewone nederigheid
vermeed hij met beslistheid alles, wat niet strikt noodzakelijk was. Als een
goede administrator beheerde hij zijn abdij zowel op tijdelijk als op geestelijk
gebied. Te Mariëngaarde leefde men volgens de apostolische geest van de
Orde. Als hij op reis ging, droeg hij altijd een grote mand met zich mee, gevuld
met broden en levensmiddelen, om deze aan de armen uit te delen. Daarom wordt
hij gewoonlijk voorgesteld met een korf aan zijn voeten. Hij hield er aan de
confraters, die zich op weg moesten begeven, drie zaken op het hart te drukken:
een blij vertrek, een vredevol verblijf en een trouwe terugkeer. Voor Martha
en Maria uit het Evangelie had hij een speciale vroomheid. Martha trachtte hij
na te volgen in de zorg voor zijn medebroeders. Van Maria leerde hij, om in
gebed en aandacht te luisteren naar de Heer. Siardus nam samen met zijn medebroeders
deel aan de handenarbeid, vooral op het veld. Onder geleide van hun abt zongen
de premonstratenzers van Mariëngaarde de psalmen, terwijl ze aan het oogsten
waren.
Na 36 jaar abbatiaat beëindigde hij in 1230 zijn aardse loopbaan. Op zijn
voorspraak verkregen de gelovigen menige gunst. Na de verwoesting van de abdij
Mariëngaarde in 1578 door de calvinisten, konden de reliquieën van
de heilige Siardus gered worden. Een edele Fries, Siardus van Helsema, nam ze
mee naar Hildesheim. In 1608 werden ze verdeeld en in twee reliekschrijnen geplaatst.
Een reliekschrijn werd overgebracht naar de abdij Saint-Feuillin-du Roeulz in
Henegouwen. Na de opheffing van deze abdij tijdens de Franse Revolutie werden
ze bewaard in de kerk van Strépy. Prelaat Bauwens kon ze in 1938 overbrengen
naar de abdij van Leffe. Het andere reliekschrijn kwam in 1617 naar de abdij
van Tongerlo. Daar geniet de heilige Siardus tot op onze dagen een grote volksverering.
Jaarlijks wordt zijn feest plechtig gevierd. Zijn hoofd, dat te Rome berustte,
werd in 2000 overgebracht naar de abdij van Windberg. De cultus van Siardus
werd door Paus Benedictus XIII op 22 januari/8 maart 1728 erkend.